Direct naar inhoud

Inzichten

Wijziging definitie FGR

Commanditaire vennootschappen
CV
FGR
Fonds voor gemene rekening
Inzichten

23 oktober 2024

5 minuten leestijd

Wijziging definitie ‘fonds voor gemene rekening’ (FGR) per 1 januari 2025 en mogelijke gevolgen voor commanditaire vennootschappen In deze nieuwsbrief bespreken wij de gevolgen van deze wijziging voor bestaande en nog op te richten FGR’s, alsmede de mogelijke gevolgen voor de commanditaire vennootschap (CV) en de buitenlandse CV-achtige. Er is in de fiscale vastgoedpraktijk namelijk enige onrust ontstaan, omdat een (besloten) ‘CV’, die per 1 januari 2025 als fiscaal transparant wordt aangemerkt, mogelijk ook onder de nieuwe definitie van ‘FGR’ valt, waarbij deze laatste regel voor gaat. Het gevolg hiervan is geen fiscale transparantie van de CV en – daarmee – belastingplicht voor de vennootschapsbelasting.

De huidige wet (FGR) Een zogenoemde ‘open’ FGR is belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Onder de huidige wet wordt onder ‘FGR’ verstaan:

“(…) een fonds ter verkrijging van voordelen voor de deelgerechtigden door het voor gemene rekening beleggen of anderszins aanwenden van gelden, mits de deelgerechtigdheid in het fonds blijkt uit verhandelbare bewijzen van deelgerechtigdheid.”

Een FGR waarvan de bewijzen van deelgerechtigdheid niet ‘verhandelbaar’ zijn, is fiscaal transparant. Bewijzen van deelgerechtigdheid in een FGR worden als ‘niet-verhandelbaar’ aangemerkt als ofwel voor vervreemding ervan de toestemming van alle deelgerechtigden vereist is (‘toestemmingsvariant’), ofwel als vervreemding uitsluitend kan plaatsvinden aan het FGR zelf (‘inkoopvariant’) of aan bloed- en aanverwanten in de rechte linie.

Het wetsvoorstel (FGR) Vanaf 1 januari 2025 wordt het begrip ‘FGR’ gewijzigd door aan te sluiten bij de definitie van ‘beleggingsfonds’ (of ‘fonds voor collectieve belegging in effecten’) als bedoeld in artikel 1:1 Wet op het financieel toezicht (Wft). Een beleggingsfonds in de zin van artikel 1:1 Wft is:

“een niet in een beleggingsmaatschappij ondergebracht vermogen waarin ter collectieve belegging gevraagde of verkregen gelden of andere goederen zijn of worden opgenomen teneinde de deelnemers in de opbrengst van de beleggingen te doen delen.”

Voor het zijn van een transparante FGR blijft daarnaast vereist dat de bewijzen van deelgerechtigdheid niet-verhandelbaar zijn. Hierbij vervalt de mogelijkheid van de zogenoemde toestemmingsvariant: het is met ingang van 2025 niet langer in de wet geregeld dat bewijzen van deelgerechtigdheid in het fonds niet-verhandelbaar zijn als voor de vervreemding de toestemming van alle deelgerechtigden is vereist.

Ook de bepaling dat bewijzen van deelgerechtigdheid als niet-verhandelbaar worden aangemerkt als ze enkel kunnen worden vervreemd aan bloed- en aanverwanten in de rechte linie vervalt. Met andere woorden: alleen indien de vervreemding uitsluitend kan plaatsvinden aan het FGR zelf, worden de bewijzen van deelgerechtigdheid in het FGR per 1 januari 2025 als niet-verhandelbaar aangemerkt. Om aldus voor fiscale transparantie in aanmerking te komen moet een dergelijke FGR die voldoet aan de definitie van 1:1 Wft er voor zorgen dat bewijzen van deelgerechtigdheid uitsluitend kunnen worden vervreemd aan het FGR zelf.

CV’s en CV-achtigen De CV wordt per 1 januari 2025 fiscaal transparant (het onderscheid tussen de open en besloten CV verdwijnt). In de praktijk is gesignaleerd dat een ogenschijnlijk transparante ‘CV’ mogelijk ook onder de nieuwe definitie van ‘FGR’ kan vallen, waardoor voor CV’s of CV-achtigen alsnog non-transparantie en dus belastingplicht voor de vennootschapsbelasting dreigt.

Deze conclusie is met name het gevolg van uitingen van de staatssecretaris van Financiën in de parlementaire behandeling van de wetswijziging. Hierin wordt namelijk geopperd dat een FGR ook de vorm van een CV kan aannemen, waarbij de juridische beoordeling of sprake is van een FGR voorgaat op die van een CV. In de fiscale literatuur wordt in reactie hierop – met name op basis van de huidige praktijk – gesteld dat er geen overlap bestaat tussen de CV (een personenvennootschap) en het FGR: als sprake is van een CV die fiscaal ‘open’ is, is deze belastingplichtig, anders is de CV fiscaal transparant (aan de toets of sprake is van een FGR wordt dan niet meer toegekomen).

De juistheid van de stelling van de staatssecretaris zou mogelijk tot gevolg hebben dat (ook) de tot 1 januari 2025 als besloten aangemerkte beleggings-CV’s al vóór 1 januari als belastingplichtig kunnen worden aangemerkt. Bij beleggings-CV’s is het namelijk veelal zo dat het belang van de beherend vennoot ook zonder toestemming van alle vennoten kan worden vervreemd. Voor het belang van de beherend vennoot geldt namelijk geen toestemmingsvereiste.

Mogelijk maakt het feit dat wanneer sprake is van een actieve beherend vennoot (bijvoorbeeld wanneer deze t.b.v. het fonds belegt en ook andere activiteiten verricht) dat niet langer sprake is van een beleggingsfonds, nu in dat geval immers niet meer enkel wordt belegd.

Vanuit de praktijk is (wederom) een dringende oproep gedaan aan de staatssecretaris van Financiën om het gesignaleerde knelpunt te verduidelijken dan wel aan te passen.

Conclusie Het is zaak om bestaande besloten FGR’s te controleren op aanwezigheid van de toestemmingsvariant en mogelijke overdrachten aan bloed- en aanverwanten in de rechte linie. Dergelijke bepalingen dienen vóór jaareinde te worden verwijderd. Immers, de gewijzigde voorwaarden (inkoopvariant) dienen uiterlijk per 1 januari 2025 ingang te vinden om vennootschapsbelastingplicht te vermijden.

Voor bestaande CV’s is het eveneens kort dag, waardoor de praktijk gedwongen kan worden het risico om als niet transparante FGR aangemerkt te worden en daarmee vennootschapsbelastingplicht te voorkomen door de CV overeenkomst zodanig te wijzigen dat vanaf 1 januari 2025 enkel vervreemding van CV belangen mogelijk is door middel van de inkoopvariant. Veelal zal een dergelijke wijziging de toestemming/medewerking van alle vennoten vereisen. Hetgeen zeker gezien de korte periode die nog rest tot jaareinde geen eenvoudige opgave zal zijn. Hopelijk komt de Staatssecretaris snel met een oplossing voor dit door hemzelf opgeworpen probleem of op zijn minst met een lange overgangsperiode waarbinnen bestaande CV’s en FGR’s tijd wordt gegund om hun voorwaarden aan de nieuwe voorwaarden voor fiscale transparantie aan te passen. Een dergelijke aanpassing voor de inkomsten- en vennootschapsbelasting is overigens niet zonder gevolgen voor andere belastingen, zoals bijvoorbeeld de overdrachtsbelasting.

Behoefte aan nader advies? Aarzel niet en neem contact met ons op!

ram@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 84 Ton Oostenrijk

ajo@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 83 De Cuserstraat 93

1081 CN Amsterdam

 

Postbus 75638

1070 AP Amsterdam

T +31 20 573 03 60

 

info@rechtstaete.nl

www.rechtstaete.nl

  Luc van Dijk

lvd@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 97 Léon Borkes

lbo@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 98 Beer van den Broek

bvb@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 66 Natasha Konings

nko@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 68 Dick van der Pal

dvp@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 39 Matthijs Monteban

mmo@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 90 Rick Philips

rph@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 69  

   


Gerelateerde inzichten

6 minuten leestijd


03 april 2026

Voorkomen van belastingrente bij aanslagen IB/VPB over het (boek)jaar 2025

Door tijdig in actie te komen kan de verschuldigdheid van belastingrente worden voorkomen.

Bij het opleggen van een aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting kan de Belastingdienst belastingrente in rekening brengen. Belastingrente wordt – kort gezegd – in rekening gebracht indien een te betalen belastingbedrag ‘te laat’ wordt vastgesteld. In deze nieuwsbrief gaan wij in op de stappen die genomen kunnen worden om belastingrente over de te betalen inkomsten- en/of vennootschapsbelasting over het (boek)jaar 2025 te voorkomen. Het belang daarvan is groot, omdat de rentetarieven waarmee de Belastingdienst rekent aanzienlijk zijn.

A. Belastingrente vennootschapsbelasting

Belastingrente kan verschuldigd worden over het bedrag aan te betalen belasting vermeld op aanslagen vennootschapsbelasting over het (boek)jaar 2025, die worden opgelegd na 30 juni 2026. Het rentepercentage bedraagt 5% (2026).

De periode waarover belastingrente in rekening kan worden gebracht, loopt van 1 juli 2026 tot uiterlijk 6 weken na de dagtekening van de opgelegde aanslag.[1]Ingeval van een gebroken boekjaar, loopt de periode waarover de rente wordt berekend van de eerste dag van de zevende maand volgende op het einde van het boekjaar tot uiterlijk 6 weken na de dagtekening van de aanslag.

A1. Voorkomen van te betalen belastingrente vennootschapsbelasting

Belastingrente wordt voorkomen door vóór 1 juni 2026 een aangifte over het (boek)jaar 2025 in te dienen. Als het boekjaar verschilt van het kalenderjaar, moet dit worden gedaan vóórdat 5 maanden na het einde van het gehanteerde boekjaar zijn verstreken. Belastingrente wordt alleen voorkomen als de Belastingdienst niet afwijkt van de ingediende aangifte.Voorbeeld 1[2]De aangifte over het (boek)jaar 2025 wordt vóór 1 juni 2026 gedaan. De (voorlopige) aanslag wordt conform de ingediende aangifte opgelegd.Omdat hier aangifte is gedaan vóór 1 juni 2026 en de gegevens uit de aangifte zonder wijzigingen zijn overgenomen, is er geen belastingrente verschuldigd.Voorbeeld 2 De aangifte over het (boek)jaar 2025 wordt op 23 juni 2026 gedaan. Hierna wordt een (ten opzichte van de aangifte) ongewijzigde aanslag opgelegd met dagtekening 6 augustus 2025.Hier wordt wel belastingrente in rekening gebracht over de periode 1 juli 2026 tot en met 17 september 2026 (6 weken na dagtekening van de aanslag), omdat niet vóór 1 juni 2026 aangifte is gedaan.

Belastingrente kan ook worden voorkomen door vóór 1 mei 2026 een (additionele) voorlopige aanslag over het (boek)jaar 2025 aan te vragen, mits de Belastingdienst de (voorlopige) aanslag niet oplegt tegen een hoger (te betalen) bedrag.Voorbeeld 3 Op 25 april 2026 wordt om een voorlopige aanslag over het (boek)jaar 2026 of een wijziging van een eerder opgelegde voorlopige aanslag over het (boek)jaar 2026 verzocht, waarna een voorlopige aanslag met dagtekening 1 september 2026 wordt ontvangen.Als de gegevens uit het verzoek om een voorlopige aanslag ongewijzigd zijn overgenomen, wordt geen belastingrente verschuldigd, omdat al vóór 1 mei 2026 een verzoek om een voorlopige aanslag is ingediend.

A2. Bezwaar maken tegen belastingrente vennootschapsbelasting

Op 16 januari 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan omtrent de cassatieprocedure over het belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het verhoogde belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting in strijd is met het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel en daarom niet mag worden toegepast.

Dit betekent dat de voorheen gehanteerde rentepercentages buiten beschouwing moet blijven en dat voor de vennootschapsbelasting moet worden aangesloten bij het rentepercentage dat geldt voor de overige belastingen. Voor 2026 bedraagt deze 5%.

Voor de belastingplichtigen die tegen de opgelegde definitieve aanslagen bezwaar hebben ingediend (en waarbij dit bezwaar is aangewezen onder de massaalbezwaarprocedure) is inmiddels ook collectief uitspraak op bezwaar gewezen door de Belastingdienst. Belastingplichtigen ontvangen binnen 6 maanden na de collectieve uitspraak automatisch een vermindering van de belastingrente, waarbij het regulier rentepercentage wordt toegepast.

Voor belastingplichtigen die nog geen bezwaar hebben gemaakt is het raadzaam om de aanslagen en de rentebeschikking te controleren. Indien een onjuist (te hoog) rentepercentage is gehanteerd, kan nog bezwaar worden gemaakt, mits de aanslag open staat voor bezwaar. Daarbij geldt dat het bezwaar binnen 6 weken na dagtekening van de aanslag moet worden ingediend.

Indien belastingrente in rekening wordt gebracht op een voorlopige aanslag staat de route van bezwaar nog niet open aangezien nog geen sprake is van een formele rentebeschikking. Indien gewenst kunt u de Belastingdienst wel verzoeken om de voorlopige aanslag met betrekking tot de rente te herzien. Dit verzoek kan worden ingediend tot uiterlijk zes weken na dagtekening van de definitieve aanslag vennootschapsbelasting over het betreffende jaar.

B. Belastingrente inkomstenbelasting

Indien aangifte inkomstenbelasting over het (boek)jaar 2025 wordt gedaan op of na 1 mei 2026, kan belastingrente in rekening worden gebracht vanaf 1 juli 2026 tot uiterlijk 6 weken na de dagtekening van de opgelegde aanslag.[3]Het percentage van de belastingrente bedraagt 5% (2026).

Gelet op het (relatief hoge) rentepercentage van 5% voor de inkomstenbelasting, bestond de vraag of ook dit percentage mogelijk onverbindend zou worden verklaard. Uit de Hoge Raad uitspraak is echter gebleken dat dit niet het geval is. De bezwaren tegen de belastingrente voor de inkomstenbelasting zijn ongegrond verklaard en de Hoge Raad heeft geoordeeld dat dit rentepercentage niet in strijd is met de algemene rechtsbeginselen.

B1. Voorkomen van te betalen belastingrente inkomstenbelasting

Door vóór 1 mei 2026 aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2025 te doen of vóór die datum te verzoeken om een voorlopige aanslag over het jaar 2025, kan worden voorkomen dat belastingrente verschuldigd wordt, mits de Belastingdienst de uiteindelijke/definitieve aanslag niet tegen een hoger (te betalen) bedrag oplegt.

C. Invorderingsrente Naast belastingrente kan ook invorderingsrente in rekening worden gebracht als de belasting te laat (normaliter vanaf de eerste dag gelegen 6 weken na dagtekening van de aanslag) wordt betaald. Deze rente loopt door tot de dag waarop de belastingschuld wordt voldaan. Het percentage bedraagt 4,3% (2026).

Let op!!

Controleer ruim vóór 1 mei of er een voorlopige aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting is opgelegd naar het (te verwachten) belastbaar inkomen of de winst van uw B.V. over het (boek)jaar 2025. Indien dit niet het geval is – of indien deze aanslag te laag is vastgesteld – wordt belastingrente voorkomen door vóór 1 mei 2026 een voorlopige aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting aan te (laten) vragen. Van belang daarbij is dat het verwachte inkomen en/of winst reëel wordt ingeschat, maar in ieder geval niet te laag om te betalen rente te voorkomen.

Indien u wenst dat wij u bijstaan bij het aanvragen van een (additionele) voorlopige aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting voor het (boek)jaar 2025, ontvangen wij graag uiterlijk medio april a.s. de relevante cijfers.

[1]Bij een navorderingsaanslag volgend op een definitieve aanslag, wordt mogelijk ook belastingrente in rekening gebracht. De renteperiode loopt dan van 1 juli 2026 tot 1 maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

[2]Aangepaste voorbeelden; origineel afkomstig van de website van de Belastingdienst.

[3]Bij een navorderingsaanslag volgend op een definitieve aanslag, wordt mogelijk ook belastingrente in rekening gebracht. De renteperiode loopt dan van 1 juli 2026 tot 1 maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

Lees meer
Belastingrente
Fiscaal
IB
Rechtstaete Vastgoedadvocaten en Belastingadviseurs B.V. KvK: 34154528
De Cuserstraat 93 1081 CN Amsterdam

© 2026 Rechtstaete. All rights reserved.
Website door OGonline.nl