Berichten

Box 3 heffing over fictief inkomen dat hoger is dan het werkelijke rendement is discriminerend

Box 3 heffing over fictief inkomen dat hoger is dan het werkelijke rendement is discriminerend

Verwachtingsvol keken velen uit naar het arrest van de Hoge Raad over het heffen van inkomstenbelasting op basis van een forfaitair inkomen: box 3. Eerst zou de uitspraak over de zomer getild worden, maar het is toch naar voren gehaald, naar vanochtend 11.00 uur. Als extraatje was de uitspraak live te volgen.

Het arrest kende een lange aanloop. Box 3 betreft de belastingheffing op inkomen uit vermogen, maar eigenlijk is het een vermogensbelasting. Bij de invoering in 2001 bedroeg de belastingheffing effectief 1,2%, namelijk een tarief van 30% toegepast op een forfaitair rendement op het vermogen van 4%. Dit forfaitaire rendement was dermate laag, dat verondersteld werd dat iedereen dit, zo gezegd, eenvoudig kon realiseren. Dat was in de tijd dat de banken nog een stevige rente op de spaarrekening boden. Dat laatste werd steeds minder en er volgden procedures van belastingplichtigen die een aanzienlijk lager rendement realiseerden dan het forfait. De Hoge Raad was in deze gevallen echter zeer terughoudend en greep alleen in als sprake was van een individuele buitensporige last, met de kanttekening dat de wetgever hier iets aan moest doen. Het forfaitaire stelsel werd met de mantel der liefde bedekt en de wetgever deed niets.

In 2017 werd box 3 enigszins aangepast, de zogenoemde vermogensmix werd ingevoerd waarbij de fiscus ervan uit ging dat iemand meer belegt naarmate hij of zij meer vermogen heeft. Dit pakte met name voor bankspaarders dramatisch uit: de bank bood geen of nauwelijks rente, of ze moesten zelfs betalen om hun geld bij de bank te mogen parkeren, terwijl ze jaarlijks werden belast op basis van een stevig forfait. Procedures volgden en vlak voor kerst 2021 kwam een arrest van de Hoge Raad, om die reden het Kerstarrest genoemd, waarbij de fiscus hard op de vingers werd getikt. Heffing op basis van een forfait werd beschouwd als een inbreuk op het eigendomsrecht en het discriminatieverbod van het EVRM, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarbij overwoog de Hoge Raad dat het stelsel zoals dat gold vanaf 2017 maar weinig afweek van dat van de voorgaande jaren, dat hij de fiscus toch gewaarschuwd had dat het stelsel een schending van het EVRM kon zijn en bovendien, dat de wetgever alle tijd had gehad om met een nieuw stelsel te komen op basis van werkelijk inkomen uit vermogen, waarmee de fiscus vanaf 2015 aangaf bezig te zijn.

Wat deed de fiscus? Schuldbewust geld teruggeven aan de beleggers die jarenlang te veel belasting hadden betaald en het onrechtvaardige stelsel overboord gooien? Nee, dat zou te veel kosten. In plaats daarvan bood men rechtsherstel (op basis van de Herstelwet) aan diegenen die vanaf 2017 tijdig bezwaar tegen hun aanslag inkomstenbelasting hadden gemaakt en bovendien zou gecompenseerd worden op basis van een forfait per vermogenscategorie. Andere beleggers die vertrouwden op een deugdelijke belastingheffing, al vonden ze het wel erg hoog, die geen bezwaar hebben gemaakt, staan dus met lege handen. Ook voor de jaren vanaf 2023 bleef belastingheffing op basis van een forfait de regel, het zogenoemde Overbruggingsstelsel. Zoals de naam aangeeft, dit stelsel moet de periode overbruggen tussen het oude stelsel op basis van een forfait en een nieuw – nog in te voeren – stelsel op basis van werkelijk inkomen.

Het Overbruggingsstelsel (systeem met ingang van 2023) en de Herstelwet (systeem ter compensatie voor de jaren 2017 tot en met 2022) deelt het vermogen op in drie categorieën, namelijk bankrekeningen, overige beleggingen en schulden. Het forfaitair rendement op banksaldi werd gebaseerd op de werkelijke rente die banken betalen, die les had het Ministerie van Financiën geleerd uit het Kerstarrest, maar deze aanpassing van box 3 mocht geen geld kosten, het moest budgettair neutraal. Dit leidde ertoe dat het forfaitair rendement op overige beleggingen nog hoger werd gesteld, namelijk bijvoorbeeld in 2023 op ruim 6%.

Op basis van de Herstelwet zijn er opnieuw procedures tegen de belastingheffing op basis van een forfait gestart. Een herhaling van zetten dus, alleen dit keer niet zozeer door spaarders maar door beleggers.

Na deze inleiding zullen de arresten (er waren meerdere zaken) van vandaag van de Hoge Raad geen verrassing meer zijn. De Hoge Raad oordeelde wederom dat de Herstelwet bij een forfaitair inkomen dat hoger is dan het daadwerkelijke rendement in het desbetreffende jaar in strijd is met het EVRM. Wij gaan ervan uit dat de Hoge Raad tot eenzelfde oordeel zal komen met betrekking tot het Overbruggingsstelsel dat vanaf 2023 geldt.

Het is nu aan de belastingplichtigen om aan te tonen dat hun werkelijke rendement in een bepaald kalenderjaar, over hun gehele vermogen bezien (dus met inbegrip van banktegoeden), lager was dan het forfaitaire rendement. Het gaat daarbij om het gehele vermogen, zonder aftrek van het heffingsvrije vermogen en zonder rekening te houden met positieve en negatieve resultaten in andere jaren. Diegenen die tijdig bezwaar hebben gemaakt, kunnen dus terug tot hun aangifte 2017, terwijl dit voor anderen veelal zal gelden vanaf 2023. Onder dit werkelijke rendement wordt niet alleen het directe rendement begrepen, maar ook het indirecte rendement wordt meegenomen. Waardedalingen kunnen dus het werkelijke rendement beperken. Het meenemen van ongerealiseerd rendement is overigens geen goed signaal voor vastgoedbeleggers: uitgangspunt in het concept wetsvoorstel voor een nieuw stelsel dat zou moeten gaan gelden vanaf 1 januari 2027 is een vermogensaanwasbelasting, waarbij voor vastgoed een uitzondering wordt gemaakt en een vermogenswinstbelasting zou gelden. Deze uitzondering komt door dit arrest mogelijk op de tocht te staan. Verder mag bij de bepaling van het werkelijke rendement geen rekening worden gehouden met kosten, met uitzondering van rentekosten.

Het Ministerie van Financiën is in ieder geval aan zet. Het meest logische lijkt dat men versneld overgaat naar belastingheffing over het daadwerkelijk gerealiseerde inkomen uit vermogen, vóór 2027. De systemen van de Belastingdienst zijn nog niet klaar om dit goed te verwerken, maar men kan er ook op vertrouwen dat belastingplichtigen netjes hun aangiften invullen. Controle achteraf is dan altijd nog mogelijk, zoals vroeger de standaard praktijk was.

Behoefte aan nader advies?
Aarzel niet en neem contact met ons op!

René Maat

ram@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 84

Ton Oostenrijk

ajo@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 83

De Cuserstraat 93

1081 CN Amsterdam

 

Postbus 75638

1070 AP Amsterdam

T +31 20 573 03 60

 

info@rechtstaete.nl

www.rechtstaete.nl

 

Luc van Dijk

lvd@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 97

Léon Borkes

lbo@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 98

Beer van den Broek

bvb@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 66

Natasha Konings

nko@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 68

Dick van der Pal

dvp@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 39

Matthijs Monteban

mmo@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 90

Rick Philips

rph@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 69