Voorkomen van belastingrente bij aanslagen IB/VPB over het (boek)jaar 2025
Door tijdig in actie te komen kan de verschuldigdheid van belastingrente worden voorkomen.
Bij het opleggen van een aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting kan de Belastingdienst belastingrente in rekening brengen. Belastingrente wordt – kort gezegd – in rekening gebracht indien een te betalen belastingbedrag ‘te laat’ wordt vastgesteld. In deze nieuwsbrief gaan wij in op de stappen die genomen kunnen worden om belastingrente over de te betalen inkomsten- en/of vennootschapsbelasting over het (boek)jaar 2025 te voorkomen. Het belang daarvan is groot, omdat de rentetarieven waarmee de Belastingdienst rekent aanzienlijk zijn.
A. Belastingrente vennootschapsbelasting
Belastingrente kan verschuldigd worden over het bedrag aan te betalen belasting vermeld op aanslagen vennootschapsbelasting over het (boek)jaar 2025, die worden opgelegd na 30 juni 2026. Het rentepercentage bedraagt 5% (2026).
De periode waarover belastingrente in rekening kan worden gebracht, loopt van 1 juli 2026 tot uiterlijk 6 weken na de dagtekening van de opgelegde aanslag.[1] Ingeval van een gebroken boekjaar, loopt de periode waarover de rente wordt berekend van de eerste dag van de zevende maand volgende op het einde van het boekjaar tot uiterlijk 6 weken na de dagtekening van de aanslag.
A1. Voorkomen van te betalen belastingrente vennootschapsbelasting
- Belastingrente wordt voorkomen door vóór 1 juni 2026 een aangifte over het (boek)jaar 2025 in te dienen. Als het boekjaar verschilt van het kalenderjaar, moet dit worden gedaan vóórdat 5 maanden na het einde van het gehanteerde boekjaar zijn verstreken. Belastingrente wordt alleen voorkomen als de Belastingdienst niet afwijkt van de ingediende aangifte.Voorbeeld 1[2]
De aangifte over het (boek)jaar 2025 wordt vóór 1 juni 2026 gedaan. De (voorlopige) aanslag wordt conform de ingediende aangifte opgelegd.Omdat hier aangifte is gedaan vóór 1 juni 2026 en de gegevens uit de aangifte zonder wijzigingen zijn overgenomen, is er geen belastingrente verschuldigd.Voorbeeld 2
De aangifte over het (boek)jaar 2025 wordt op 23 juni 2026 gedaan. Hierna wordt een (ten opzichte van de aangifte) ongewijzigde aanslag opgelegd met dagtekening 6 augustus 2025.Hier wordt wel belastingrente in rekening gebracht over de periode 1 juli 2026 tot en met 17 september 2026 (6 weken na dagtekening van de aanslag), omdat niet vóór 1 juni 2026 aangifte is gedaan. - Belastingrente kan ook worden voorkomen door vóór 1 mei 2026 een (additionele) voorlopige aanslag over het (boek)jaar 2025 aan te vragen, mits de Belastingdienst de (voorlopige) aanslag niet oplegt tegen een hoger (te betalen) bedrag.Voorbeeld 3
Op 25 april 2026 wordt om een voorlopige aanslag over het (boek)jaar 2026 of een wijziging van een eerder opgelegde voorlopige aanslag over het (boek)jaar 2026 verzocht, waarna een voorlopige aanslag met dagtekening 1 september 2026 wordt ontvangen.Als de gegevens uit het verzoek om een voorlopige aanslag ongewijzigd zijn overgenomen, wordt geen belastingrente verschuldigd, omdat al vóór 1 mei 2026 een verzoek om een voorlopige aanslag is ingediend.
A2. Bezwaar maken tegen belastingrente vennootschapsbelasting
Op 16 januari 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan omtrent de cassatieprocedure over het belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het verhoogde belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting in strijd is met het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel en daarom niet mag worden toegepast.
Dit betekent dat de voorheen gehanteerde rentepercentages buiten beschouwing moet blijven en dat voor de vennootschapsbelasting moet worden aangesloten bij het rentepercentage dat geldt voor de overige belastingen. Voor 2026 bedraagt deze 5%.
Voor de belastingplichtigen die tegen de opgelegde definitieve aanslagen bezwaar hebben ingediend (en waarbij dit bezwaar is aangewezen onder de massaalbezwaarprocedure) is inmiddels ook collectief uitspraak op bezwaar gewezen door de Belastingdienst. Belastingplichtigen ontvangen binnen 6 maanden na de collectieve uitspraak automatisch een vermindering van de belastingrente, waarbij het regulier rentepercentage wordt toegepast.
Voor belastingplichtigen die nog geen bezwaar hebben gemaakt is het raadzaam om de aanslagen en de rentebeschikking te controleren. Indien een onjuist (te hoog) rentepercentage is gehanteerd, kan nog bezwaar worden gemaakt, mits de aanslag open staat voor bezwaar. Daarbij geldt dat het bezwaar binnen 6 weken na dagtekening van de aanslag moet worden ingediend.
Indien belastingrente in rekening wordt gebracht op een voorlopige aanslag staat de route van bezwaar nog niet open aangezien nog geen sprake is van een formele rentebeschikking. Indien gewenst kunt u de Belastingdienst wel verzoeken om de voorlopige aanslag met betrekking tot de rente te herzien. Dit verzoek kan worden ingediend tot uiterlijk zes weken na dagtekening van de definitieve aanslag vennootschapsbelasting over het betreffende jaar.
B. Belastingrente inkomstenbelasting
Indien aangifte inkomstenbelasting over het (boek)jaar 2025 wordt gedaan op of na 1 mei 2026, kan belastingrente in rekening worden gebracht vanaf 1 juli 2026 tot uiterlijk 6 weken na de dagtekening van de opgelegde aanslag.[3] Het percentage van de belastingrente bedraagt 5% (2026).
Gelet op het (relatief hoge) rentepercentage van 5% voor de inkomstenbelasting, bestond de vraag of ook dit percentage mogelijk onverbindend zou worden verklaard. Uit de Hoge Raad uitspraak is echter gebleken dat dit niet het geval is. De bezwaren tegen de belastingrente voor de inkomstenbelasting zijn ongegrond verklaard en de Hoge Raad heeft geoordeeld dat dit rentepercentage niet in strijd is met de algemene rechtsbeginselen.
B1. Voorkomen van te betalen belastingrente inkomstenbelasting
Door vóór 1 mei 2026 aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2025 te doen of vóór die datum te verzoeken om een voorlopige aanslag over het jaar 2025, kan worden voorkomen dat belastingrente verschuldigd wordt, mits de Belastingdienst de uiteindelijke/definitieve aanslag niet tegen een hoger (te betalen) bedrag oplegt.
C. Invorderingsrente
Naast belastingrente kan ook invorderingsrente in rekening worden gebracht als de belasting te laat (normaliter vanaf de eerste dag gelegen 6 weken na dagtekening van de aanslag) wordt betaald. Deze rente loopt door tot de dag waarop de belastingschuld wordt voldaan. Het percentage bedraagt 4,3% (2026).
Let op!!
Controleer ruim vóór 1 mei of er een voorlopige aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting is opgelegd naar het (te verwachten) belastbaar inkomen of de winst van uw B.V. over het (boek)jaar 2025. Indien dit niet het geval is – of indien deze aanslag te laag is vastgesteld – wordt belastingrente voorkomen door vóór 1 mei 2026 een voorlopige aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting aan te (laten) vragen. Van belang daarbij is dat het verwachte inkomen en/of winst reëel wordt ingeschat, maar in ieder geval niet te laag om te betalen rente te voorkomen.
Indien u wenst dat wij u bijstaan bij het aanvragen van een (additionele) voorlopige aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting voor het (boek)jaar 2025, ontvangen wij graag uiterlijk medio april a.s. de relevante cijfers.
Behoefte aan nader advies?
Aarzelt u niet en neem contact met ons op!
| René Maat
+31 20 573 03 84 |
Ton Oostenrijk
+31 20 573 03 83 |
De Cuserstraat 93
1081 CN Amsterdam
Postbus 75638 1070 AP Amsterdam T +31 20 573 03 60
www.rechtstaete.nl
|
| Luc van Dijk
+31 20 573 03 97 |
Léon Borkes
+31 20 573 03 98 |
|
| Beer van den Broek
+31 20 573 03 66 |
Natasha Konings
+31 20 573 03 68 |
|
| Dick van der Pal
+31 20 573 03 39 |
Matthijs Monteban
+31 20 573 03 90 |
|
| Rick Philips
+31 20 573 03 69 |
Muhsin Ercigöz
+31 20 573 03 82 |
|
| Cas Rijkelijkhuizen
+31 20 573 03 93 |
[1] Bij een navorderingsaanslag volgend op een definitieve aanslag, wordt mogelijk ook belastingrente in rekening gebracht. De renteperiode loopt dan van 1 juli 2026 tot 1 maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.
[2] Aangepaste voorbeelden; origineel afkomstig van de website van de Belastingdienst.
[3] Bij een navorderingsaanslag volgend op een definitieve aanslag, wordt mogelijk ook belastingrente in rekening gebracht. De renteperiode loopt dan van 1 juli 2026 tot 1 maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.
