Btw-belaste short stay-verhuur van korte duur?

Btw-belaste short stay-verhuur van korte duur?

Short stay-verhuur – de tijdelijke, gemeubileerde verhuur van woningen aan personen die er kort verblijven – staat de komende jaren onder grote druk door nieuwe fiscale maatregelen. Hieronder een overzicht van de belangrijkste aanstaande ontwikkelingen.

  1. Verhoging btw-tarief short stay-verhuur per 1 januari 2026
  • Het Belastingplan 2025 bepaalt dat vanaf 1 januari 2026 het btw-tarief op verhuur binnen het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf wordt verhoogd van 9% naar 21%.
  • Deze verhoging geldt dus ook voor de short stay-verhuur van woningen. Voor verhuurders betekent de wijziging een hogere belastingdruk op hun short-stay activiteiten.
  1. Strengere herzieningsregels btw op investeringsdiensten per 1 januari 2026
  • Vanaf 1 januari 2026 geldt een herzieningstermijn van vier jaar voor kostbare diensten (zoals verbouwingen, renovaties en grote onderhoudswerkzaamheden) aan vastgoed, mits de kosten per dienst minimaal € 30.000 bedragen.
  • Volgens de huidige regels mag de btw op verbouwingskosten volledig en definitief worden afgetrokken, op voorwaarde dat in het boekjaar van ingebruikname uitsluitend btw-belaste short stay-verhuur plaatsvindt én het pand na de verbouwing niet als ‘nieuw vervaardigd’ wordt beschouwd voor de btw. Vervolgens kan het pand btw-vrij als woning worden verhuurd, zonder dat dit gevolgen heeft voor de eerder toegepaste aftrek.
  • Door de nieuwe herzieningsregeling wordt de btw-aftrek over deze investeringsdiensten gedurende vier jaar na ingebruikname beoordeeld op basis van het daadwerkelijke gebruik. Wijzigt het gebruik (bijvoorbeeld van short stay naar reguliere verhuur), dan moet een deel van de eerder afgetrokken btw mogelijk worden terugbetaald.
  1. Wijziging definitie ‘kort verblijf’ (ViDA-regels) per 1 juli 2028
  • De huidige ‘safe harbour’– waarbij verhuur van gemeubileerde woningen voor maximaal zes maanden onder voorwaarden als short stay (en dus btw-belast) wordt gezien – vervalt naar verwachting per 1 juli 2028. Ervan uitgaande dat deze aanpassing één op één wordt geïmplementeerd in het Vastgoedbesluit.
  • Vanaf die datum vervalt naar verwachting deze beleidslijn vanwege een wijziging in de Europese btw-richtlijn (artikel 135, lid 2) in het kader van ‘VAT in the Digital Age’ (ViDA). Verhuur aan dezelfde persoon voor een periode van maximaal 30 nachten wordt voortaan standaard aangemerkt als hotelmatige verhuur en is daarmee btw-belast. Bij verhuur voor langere perioden ligt de bewijslast bij de verhuurder om aan te tonen dat desondanks sprake is van een kortdurend verblijf.
  • Dit laatste zal lastig zijn, mede gezien de reeds aanwezige kritische houding van de Belastingdienst ten aanzien van short stay-verhuur.
  1. Juridische en beleidsmatige aanscherping
  • Naast fiscale maatregelen die short stay-verhuur steeds onaantrekkelijker maken, neemt ook de civielrechtelijke ruimte voor deze vorm van verhuur steeds verder af en wordt er steeds strenger gehandhaafd.

Conclusie

De combinatie van een hoger btw-tarief, strengere herzieningsregels voor btw op investeringsdiensten en een veel beperktere definitie van ‘kort verblijf’ maakt short stay-verhuur aanzienlijk minder aantrekkelijk voor verhuurders. De verwachting is dat het tijdperk waarin short stay-verhuur als fiscaal aantrekkelijke structuur kan worden ingezet, ten einde gaat lopen.

Behoefte aan nader advies?

Aarzel niet en neem contact met ons op!

René Maat

ram@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 84

Ton Oostenrijk

ajo@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 83

De Cuserstraat 93

1081 CN Amsterdam

 

Postbus 75638

1070 AP Amsterdam

T +31 20 573 03 60

 

info@rechtstaete.nl

www.rechtstaete.nl

 

Luc van Dijk

lvd@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 97

Léon Borkes

lbo@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 98

Beer van den Broek

bvb@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 66

Natasha Konings

nko@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 68

Dick van der Pal

dvp@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 39

Matthijs Monteban

mmo@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 90

Rick Philips

rph@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 69 

 

 

 

 

Tijdig actie nodig tegen excessieve belastingrente

Op dit moment bedraagt de zogenaamde belastingrente voor de vennootschapsbelasting maar liefst 9%. Deze rente wordt berekend…. lees verder: 20250425 Column Tijdig actie nodig Adamse VGW RAM

Belastingrente is dure grap

De rentes waarmee de Belastingdienst rekent zijn aanzienlijk…. lees verder: 20250416 PNL column Belastingrente is dure grap Ton Oostenrijk

Maak voor vastgoedbeleggers in box III kosten van onderhoud (forfaitair) aftrekbaar bij toepassing werkelijk rendement!

Box III is een “never ending soap” geworden door ondeugdelijke wetgeving … Lees verder: Eindhovense Vastgoedweek “Maak voor vastgoedbeleggers in Box III kosten van onderhoud (forfaitair) aftrekbaar bij toepassing werkelijk rendement!”

Voorkomen van belastingrente bij aanslagen IB/VPB over het (boek)jaar 2024

Door tijdig in actie te komen kan de verschuldigdheid van belastingrente worden voorkomen.

Bij het opleggen van een aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting kan de Belastingdienst belastingrente in rekening brengen. Belastingrente wordt – kort gezegd – in rekening gebracht indien een te betalen belastingbedrag ‘te laat’ wordt vastgesteld. In deze nieuwsbrief gaan wij in op de stappen die genomen kunnen worden om belastingrente over de te betalen inkomsten- en/of vennootschapsbelasting over het (boek)jaar 2024 te voorkomen. Het belang daarvan is groot, omdat de rentetarieven waarmee de Belastingdienst rekent aanzienlijk zijn.

  1. Belastingrente vennootschapsbelasting

Belastingrente kan verschuldigd worden over het bedrag aan te betalen belasting vermeld op aanslagen vennootschapsbelasting over het (boek)jaar 2024, die worden opgelegd na 30 juni 2025. Het rentepercentage bedraagt 9% (2025).

De periode waarover belastingrente in rekening kan worden gebracht, loopt van 1 juli 2025 tot uiterlijk 6 weken na de dagtekening van de opgelegde aanslag. [1] Ingeval van een gebroken boekjaar, loopt de periode waarover de rente wordt berekend van de eerste dag van de zevende maand volgende op het einde van het boekjaar tot uiterlijk 6 weken na de dagtekening van de aanslag.

A1. Voorkomen van te betalen belastingrente vennootschapsbelasting

  1. Belastingrente wordt voorkomen door vóór 1 juni 2025 een aangifte over het (boek)jaar 2024 in te dienen. Als het boekjaar verschilt van het kalenderjaar, moet dit worden gedaan vóórdat 5 maanden na het einde van het gehanteerde boekjaar zijn verstreken. Belastingrente wordt alleen voorkomen als de Belastingdienst niet afwijkt van de ingediende aangifte.

Voorbeeld 1 [2]

De aangifte over het (boek)jaar 2024 wordt vóór 1 juni 2025 gedaan. De (voorlopige) aanslag wordt conform de ingediende aangifte opgelegd.

Omdat hier aangifte is gedaan vóór 1 juni 2025 en de gegevens uit de aangifte zonder wijzigingen zijn overgenomen, is er geen belastingrente verschuldigd.

Voorbeeld 2

De aangifte over het (boek)jaar 2024 wordt op 23 juni 2025 gedaan. Hierna wordt een (ten opzichte van de aangifte) ongewijzigde aanslag opgelegd met dagtekening 6 augustus 2025.

Hier wordt wel belastingrente in rekening gebracht over de periode 1 juli 2025 tot en met 17 september 2025 (6 weken na dagtekening van de aanslag), omdat niet vóór
1 juni 2025 aangifte is gedaan.

  1. Belastingrente kan ook worden voorkomen door vóór 1 mei 2025 een (additionele) voorlopige aanslag over het (boek)jaar 2024 aan te vragen, mits de Belastingdienst de (voorlopige) aanslag niet oplegt tegen een hoger (te betalen) bedrag.

Voorbeeld 3

Op 25 april 2025 wordt om een voorlopige aanslag over het (boek)jaar 2024 of een wijziging van een eerder opgelegde voorlopige aanslag over het (boek)jaar 2024 verzocht, waarna een voorlopige aanslag met dagtekening 1 september 2025 wordt ontvangen.

Als de gegevens uit het verzoek om een voorlopige aanslag ongewijzigd zijn overgenomen, wordt geen belastingrente verschuldigd, omdat al vóór 1 mei 2025 een verzoek om een voorlopige aanslag is ingediend.

A2. Bezwaar maken tegen belastingrente vennootschapsbelasting

Rechtbank Noord-Nederland heeft op 7 november 2024 (de hoogte van) het belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting onverbindend verklaard. Tegen deze rechtbankuitspraak is door de staatssecretaris sprongcassatie ingesteld. Het is aan te raden om tegen rentebeschikkingen bezwaar aan te tekenen. Bezwaren dienen binnen 6 weken na dagtekening van de aanslag te zijn ingediend. Bezwaren tegen vanaf 1 oktober 2020 in rekening gebrachte belastingrente voor de vennootschapsbelasting, worden in dit kader aangewezen als massaal bezwaar en aangehouden totdat de Hoge Raad meer duidelijkheid heeft verschaft.

Indien belastingrente in rekening wordt gebracht op een voorlopige aanslag staat de route van bezwaar nog niet open aangezien nog geen sprake is van een formele rentebeschikking. Indien gewenst kunt u de Belastingdienst wel verzoeken om de voorlopige aanslag met betrekking tot de rente te herzien.

  1. Belastingrente inkomstenbelasting

Indien aangifte inkomstenbelasting over het (boek)jaar 2024 wordt gedaan op of na 1 mei 2025, kan belastingrente in rekening worden gebracht vanaf 1 juli 2025 tot uiterlijk 6 weken na de dagtekening van de opgelegde aanslag. [3] Het percentage van de belastingrente bedraagt 6,5% (2025).

Gelet op het (relatief hoge) rentepercentage van 6,5% voor de inkomstenbelasting, is het mogelijk dat ook dit rentepercentage onverbindend wordt verklaard. Wij raden dan ook aan om (ook) bezwaar te maken tegen (het percentage) van de belastingrente op aanslagen inkomstenbelasting, dan wel om te verzoeken om voorlopige aanslagen met betrekking tot de rente te herzien.

B1.   Voorkomen van te betalen belastingrente inkomstenbelasting

Door vóór 1 mei 2025 aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2024 te doen of vóór die datum te verzoeken om een voorlopige aanslag over het jaar 2024, kan worden voorkomen dat belastingrente verschuldigd wordt, mits de Belastingdienst de uiteindelijke/definitieve aanslag niet tegen een hoger (te betalen) bedrag oplegt.

  1. Invorderingsrente

Naast belastingrente kan ook invorderingsrente in rekening worden gebracht als de belasting te laat (vanaf de eerste dag gelegen 6 weken na dagtekening van de aanslag) wordt betaald. Deze rente loopt door tot de dag waarop de belastingschuld wordt voldaan. Het percentage bedraagt 4% (2025).

Let op!!

Controleer ruim vóór 1 mei of er een voorlopige aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting is opgelegd naar het (te verwachten) belastbaar inkomen of de winst van uw B.V. over het (boek)jaar 2024. Indien dit niet het geval is – of indien deze aanslag te laag is vastgesteld – wordt belastingrente voorkomen door vóór 1 mei 2025 een voorlopige aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting aan te (laten) vragen. Van belang daarbij is dat het verwachte inkomen en/of winst reëel wordt ingeschat, maar in ieder geval niet te laag om te betalen rente te voorkomen.

Indien u wenst dat wij u bijstaan bij het aanvragen van een (additionele) voorlopige aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting voor het (boek)jaar 2024, ontvangen wij graag uiterlijk medio april a.s. de relevante cijfers.

[1] Bij een navorderingsaanslag volgend op een definitieve aanslag, wordt mogelijk ook belastingrente in rekening gebracht. De renteperiode loopt dan van 1 juli 2025 tot 1 maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

[2] Aangepaste voorbeelden; origineel afkomstig van de website van de Belastingdienst.

[3] Bij een navorderingsaanslag volgend op een definitieve aanslag, wordt mogelijk ook belastingrente in rekening gebracht. De renteperiode loopt dan van 1 juli 2025 tot 1 maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

Behoefte aan nader advies?

Aarzel niet en neem contact met ons op!

René Maat

ram@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 84

Ton Oostenrijk

ajo@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 83

De Cuserstraat 93

1081 CN Amsterdam

 

Postbus 75638

1070 AP Amsterdam

T +31 20 573 03 60

 

info@rechtstaete.nl

www.rechtstaete.nl

 

Luc van Dijk

lvd@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 97

Léon Borkes

lbo@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 98

Beer van den Broek

bvb@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 66

Natasha Konings

nko@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 68

Dick van der Pal

dvp@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 39

Matthijs Monteban

mmo@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 90

Rick Philips

rph@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 69 

 

 

 

 

Woningen die niet worden uitgepond: waarom overdracht aan de b.v. interessant kan zijn

Veel woningbeleggers besluiten hun bezit in de verkoop te zetten zodra de huurder het contract heeft opgezegd. Lees verder: Woningen die niet worden uitgepond waarom overdracht aan de b.v. interessant kan zijn

Wat doet een handige belegger met z’n woningen?

Ik kan mij niet herinneren dat woningverhuur zo in de belangstelling heeft gestaan. Lees verder: Wat doet een handige belegger met zn woningen

Nieuw jaar, nieuwe btw-herzieningsregels

2025. Het eerste kwart van de 21e eeuw ligt – alweer, voor mijn gevoel acher ons. In die 25 jaar….lees verder: 20250211 Nieuw jaar, nieuwe btw-herzieningsregels AJO

Hoe overleef je het overbruggingsstelsel van box 3

Laatst schreef ik over het Overbruggingsstelsel, waarbij het box 3 inkomen enerzijds wordt bepaald op basis van een forfait, maar anderzijds de tegemoetkoming van de Hoge Raad geldt voor het geval het ‘werkelijke rendement’ lager uitvalt. Lees verder: Hoe overleef je het overbruggingsstelsel van box 3

Geen kerstgedachte bij het Ministerie van Financiën

Een paar dagen voor kerst spreekt de nieuwbakken Staatssecretaris van Financiën….lees verder: Geen kerstgedachte bij het Ministerie van Financiën LVD