Het oranjegevoel
Als je van sport houdt, is het oranjegevoel deze zomer …. lees verder: Het oranjegevoel AJO 07-24 PNL
Als je van sport houdt, is het oranjegevoel deze zomer …. lees verder: Het oranjegevoel AJO 07-24 PNL
Verwachtingsvol keken velen uit naar het arrest van de Hoge Raad over het heffen van inkomstenbelasting op basis van een forfaitair inkomen: box 3. Eerst zou de uitspraak over de zomer getild worden, maar het is toch naar voren gehaald, naar vanochtend 11.00 uur. Als extraatje was de uitspraak live te volgen.
Het arrest kende een lange aanloop. Box 3 betreft de belastingheffing op inkomen uit vermogen, maar eigenlijk is het een vermogensbelasting. Bij de invoering in 2001 bedroeg de belastingheffing effectief 1,2%, namelijk een tarief van 30% toegepast op een forfaitair rendement op het vermogen van 4%. Dit forfaitaire rendement was dermate laag, dat verondersteld werd dat iedereen dit, zo gezegd, eenvoudig kon realiseren. Dat was in de tijd dat de banken nog een stevige rente op de spaarrekening boden. Dat laatste werd steeds minder en er volgden procedures van belastingplichtigen die een aanzienlijk lager rendement realiseerden dan het forfait. De Hoge Raad was in deze gevallen echter zeer terughoudend en greep alleen in als sprake was van een individuele buitensporige last, met de kanttekening dat de wetgever hier iets aan moest doen. Het forfaitaire stelsel werd met de mantel der liefde bedekt en de wetgever deed niets.
In 2017 werd box 3 enigszins aangepast, de zogenoemde vermogensmix werd ingevoerd waarbij de fiscus ervan uit ging dat iemand meer belegt naarmate hij of zij meer vermogen heeft. Dit pakte met name voor bankspaarders dramatisch uit: de bank bood geen of nauwelijks rente, of ze moesten zelfs betalen om hun geld bij de bank te mogen parkeren, terwijl ze jaarlijks werden belast op basis van een stevig forfait. Procedures volgden en vlak voor kerst 2021 kwam een arrest van de Hoge Raad, om die reden het Kerstarrest genoemd, waarbij de fiscus hard op de vingers werd getikt. Heffing op basis van een forfait werd beschouwd als een inbreuk op het eigendomsrecht en het discriminatieverbod van het EVRM, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarbij overwoog de Hoge Raad dat het stelsel zoals dat gold vanaf 2017 maar weinig afweek van dat van de voorgaande jaren, dat hij de fiscus toch gewaarschuwd had dat het stelsel een schending van het EVRM kon zijn en bovendien, dat de wetgever alle tijd had gehad om met een nieuw stelsel te komen op basis van werkelijk inkomen uit vermogen, waarmee de fiscus vanaf 2015 aangaf bezig te zijn.
Wat deed de fiscus? Schuldbewust geld teruggeven aan de beleggers die jarenlang te veel belasting hadden betaald en het onrechtvaardige stelsel overboord gooien? Nee, dat zou te veel kosten. In plaats daarvan bood men rechtsherstel (op basis van de Herstelwet) aan diegenen die vanaf 2017 tijdig bezwaar tegen hun aanslag inkomstenbelasting hadden gemaakt en bovendien zou gecompenseerd worden op basis van een forfait per vermogenscategorie. Andere beleggers die vertrouwden op een deugdelijke belastingheffing, al vonden ze het wel erg hoog, die geen bezwaar hebben gemaakt, staan dus met lege handen. Ook voor de jaren vanaf 2023 bleef belastingheffing op basis van een forfait de regel, het zogenoemde Overbruggingsstelsel. Zoals de naam aangeeft, dit stelsel moet de periode overbruggen tussen het oude stelsel op basis van een forfait en een nieuw – nog in te voeren – stelsel op basis van werkelijk inkomen.
Het Overbruggingsstelsel (systeem met ingang van 2023) en de Herstelwet (systeem ter compensatie voor de jaren 2017 tot en met 2022) deelt het vermogen op in drie categorieën, namelijk bankrekeningen, overige beleggingen en schulden. Het forfaitair rendement op banksaldi werd gebaseerd op de werkelijke rente die banken betalen, die les had het Ministerie van Financiën geleerd uit het Kerstarrest, maar deze aanpassing van box 3 mocht geen geld kosten, het moest budgettair neutraal. Dit leidde ertoe dat het forfaitair rendement op overige beleggingen nog hoger werd gesteld, namelijk bijvoorbeeld in 2023 op ruim 6%.
Op basis van de Herstelwet zijn er opnieuw procedures tegen de belastingheffing op basis van een forfait gestart. Een herhaling van zetten dus, alleen dit keer niet zozeer door spaarders maar door beleggers.
Na deze inleiding zullen de arresten (er waren meerdere zaken) van vandaag van de Hoge Raad geen verrassing meer zijn. De Hoge Raad oordeelde wederom dat de Herstelwet bij een forfaitair inkomen dat hoger is dan het daadwerkelijke rendement in het desbetreffende jaar in strijd is met het EVRM. Wij gaan ervan uit dat de Hoge Raad tot eenzelfde oordeel zal komen met betrekking tot het Overbruggingsstelsel dat vanaf 2023 geldt.
Het is nu aan de belastingplichtigen om aan te tonen dat hun werkelijke rendement in een bepaald kalenderjaar, over hun gehele vermogen bezien (dus met inbegrip van banktegoeden), lager was dan het forfaitaire rendement. Het gaat daarbij om het gehele vermogen, zonder aftrek van het heffingsvrije vermogen en zonder rekening te houden met positieve en negatieve resultaten in andere jaren. Diegenen die tijdig bezwaar hebben gemaakt, kunnen dus terug tot hun aangifte 2017, terwijl dit voor anderen veelal zal gelden vanaf 2023. Onder dit werkelijke rendement wordt niet alleen het directe rendement begrepen, maar ook het indirecte rendement wordt meegenomen. Waardedalingen kunnen dus het werkelijke rendement beperken. Het meenemen van ongerealiseerd rendement is overigens geen goed signaal voor vastgoedbeleggers: uitgangspunt in het concept wetsvoorstel voor een nieuw stelsel dat zou moeten gaan gelden vanaf 1 januari 2027 is een vermogensaanwasbelasting, waarbij voor vastgoed een uitzondering wordt gemaakt en een vermogenswinstbelasting zou gelden. Deze uitzondering komt door dit arrest mogelijk op de tocht te staan. Verder mag bij de bepaling van het werkelijke rendement geen rekening worden gehouden met kosten, met uitzondering van rentekosten.
Het Ministerie van Financiën is in ieder geval aan zet. Het meest logische lijkt dat men versneld overgaat naar belastingheffing over het daadwerkelijk gerealiseerde inkomen uit vermogen, vóór 2027. De systemen van de Belastingdienst zijn nog niet klaar om dit goed te verwerken, maar men kan er ook op vertrouwen dat belastingplichtigen netjes hun aangiften invullen. Controle achteraf is dan altijd nog mogelijk, zoals vroeger de standaard praktijk was.
Behoefte aan nader advies?
Aarzel niet en neem contact met ons op!
| René Maat
+31 20 573 03 84 |
Ton Oostenrijk
+31 20 573 03 83 |
De Cuserstraat 93
1081 CN Amsterdam
Postbus 75638 1070 AP Amsterdam T +31 20 573 03 60
|
| Luc van Dijk
+31 20 573 03 97 |
Léon Borkes
+31 20 573 03 98 |
|
| Beer van den Broek
+31 20 573 03 66 |
Natasha Konings
+31 20 573 03 68 |
|
| Dick van der Pal
+31 20 573 03 39 |
Matthijs Monteban
+31 20 573 03 90 |
|
| Rick Philips
+31 20 573 03 69 |
|
|
Door tijdig in actie te komen kan de verschuldigdheid van belastingrente worden voorkomen.
Bij het opleggen van een aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting kan de Belastingdienst belastingrente in rekening brengen. Belastingrente wordt – kort gezegd – in rekening gebracht indien een te betalen belastingbedrag ‘te laat’ wordt vastgesteld. In deze nieuwsbrief gaan wij in op de stappen die genomen kunnen worden om belastingrente over de te betalen inkomsten- en/of vennootschapsbelasting over het (boek)jaar 2023 te voorkomen. Het belang daarvan is groot, omdat de rentetarieven waarmee de Belastingdienst rekent vanaf 1 januari jl. weer aanzienlijk zijn gestegen.
Belastingrente kan verschuldigd worden over het bedrag aan te betalen belasting vermeld in aanslagen vennootschapsbelasting over het (boek)jaar 2023, die worden opgelegd na 30 juni 2024. Het rentepercentage bedraagt 10%.
De periode waarover belastingrente in rekening kan worden gebracht, loopt van 1 juli 2024 tot uiterlijk 6 weken na de dagtekening van de opgelegde aanslag. [1] Ingeval van een gebroken boekjaar, loopt de periode waarover de rente wordt berekend van de eerste dag van de zevende maand volgende op het einde van het boekjaar tot uiterlijk 6 weken na de dagtekening van de aanslag.
A1. Voorkomen van te betalen belastingrente vennootschapsbelasting
Voorbeeld 1 [2]
Er wordt vóór 1 juni 2024 aangifte gedaan over het (boek)jaar 2023. Er wordt aan het einde van juni 2024 een ongewijzigde voorlopige aanslag opgelegd door de Belastingdienst.
Omdat hier aangifte is gedaan vóór 1 juni 2024 en de gegevens uit de aangifte zonder wijzigingen zijn overgenomen, is er geen belastingrente verschuldigd.
Voorbeeld 2
Er wordt op 23 juni 2024 aangifte gedaan over het (boek)jaar 2023. Hierna wordt een (ten opzichte van de aangifte) ongewijzigde aanslag opgelegd met dagtekening 6 augustus 2024.
Hier wordt wel belastingrente in rekening gebracht over de periode 1 juli 2024 tot en met 17 september 2024 (6 weken na dagtekening van de aanslag), omdat niet vóór 1 juni 2024 aangifte is gedaan.
Voorbeeld 3
Op 25 april 2024 wordt om een voorlopige aanslag over het (boek)jaar 2023 of een wijziging van een eerder opgelegde voorlopige aanslag over het (boek)jaar 2023 verzocht, waarna een voorlopige aanslag met dagtekening 1 september 2024 wordt ontvangen.
Als de gegevens uit het verzoek om een voorlopige aanslag ongewijzigd zijn overgenomen, wordt geen belastingrente verschuldigd, omdat al vóór 1 mei 2024 een verzoek om een voorlopige aanslag is ingediend.
Indien aangifte inkomstenbelasting over het (boek)jaar 2023 wordt gedaan op of na 1 mei 2024, kan belastingrente in rekening worden gebracht vanaf 1 juli 2024 tot uiterlijk 6 weken na de dagtekening van de opgelegde aanslag. [3] Het percentage van de belastingrente bedraagt 7,5%.
B1. Voorkomen van te betalen belastingrente inkomstenbelasting
Door vóór 1 mei 2024 aangifte inkomstenbelasting over het (boek)jaar 2023 te doen of vóór die datum te verzoeken om een voorlopige aanslag over het (boek)jaar 2023, kan worden voorkomen dat belastingrente verschuldigd wordt, mits de Belastingdienst de uiteindelijke/definitieve aanslag niet tegen een hoger (te betalen) bedrag oplegt.
Naast belastingrente kan ook invorderingsrente in rekening worden gebracht als de belasting te laat (vanaf de eerste dag gelegen 6 weken na dagtekening van de aanslag) wordt betaald. Deze rente loopt door tot de dag waarop de belastingschuld wordt voldaan. Het percentage bedraagt 4%.
Let op!!
Controleer ruim voor 1 mei of er een voorlopige aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting is opgelegd naar het (te verwachten) belastbaar inkomen of de winst van uw B.V. over het (boek)jaar 2023. Indien dit niet het geval is – of indien deze aanslag te laag is vastgesteld – wordt
belastingrente voorkomen door vóór 1 mei 2024 een voorlopige aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting aan te (laten) vragen. Van belang daarbij is dat het verwachte inkomen en/of winst reëel wordt ingeschat, maar in ieder geval niet te laag om te betalen rente te voorkomen.
[1] Bij een navorderingsaanslag volgend op een definitieve aanslag, wordt mogelijk ook belastingrente in rekening gebracht. De renteperiode loopt dan van 1 juli 2024 tot 1 maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.
[2] Aangepaste voorbeelden; origineel afkomstig van de website van de Belastingdienst.
[3] Bij een navorderingsaanslag volgend op een definitieve aanslag, wordt mogelijk ook belastingrente in rekening gebracht. De renteperiode loopt dan van 1 juli 2024 tot 1 maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.
Het jaar 2023 nadert zijn einde. Een goed moment om nog even te bezien …. lees verder: Fiscale eindejaarsgedachten column RAM VGVisie nov.2023
We hebben er even op moeten wachten, maar op 8 september jl. is het demissionaire kabinet gestart met een internetconsultatie van een voorgesteld nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement. Lees verder Nieuwsbrief Internetconsultatie box 3
Op Prinsjesdag 2023 zijn het Belastingplan voor 2024 en aanvullende wetsvoorstellen gepresenteerd. Hieronder treft u een selectie van de voornaamste punten voor de vastgoedpraktijk aan. Lees verder Prinsjesdag nieuwsbrief 2023
Vanaf 1 januari jl. geldt er ”tijdelijke” wetgeving in box III. Volgens die wetgeving wordt het onder meer een vastgoedbelegger geacht een rendement te maken op zijn vastgoed van 6,17% (2023) van dat rendement mag hij dan weer ongeveer 2,5% (definitief percentage 2023 pas bekend ergens begin 2024) ”rente” op zijn box III schulden aftrekken…… Lees meer: Box III en vastgoed, kan de pijn voor 2023 nog worden verzacht
Het ministerie van Financiën wil de samenloopvrijstelling (van btw en overdrachtsbelasting…. lees meer: 202303 PNL Column Samenloopvrijstelling RAM DVP
Op Prinsjesdag 2022 zijn het Belastingplan voor 2023 en aanvullende wetsvoorstellen gepresenteerd. Hieronder treft u een selectie …… lees verder Prinsjesdag 2022 nieuwsbrief
RechtStaete vastgoedadvocaten en belastingadviseurs BV
De Cuserstraat 93
1081 CN Amsterdam
+31 20 5730360
info@rechtstaete.nl
Kamer van Koophandel: 34154528
