Direct naar inhoud

Inzichten

Tussenarrest Hoge Raad: Onzekerheid rond btw en overdrachtsbelasting bij levering verhuurd nieuw vastgoed

BTW
Overdrachtsbelasting
Inzichten

26 november 2025

4 minuten leestijd

De Hoge Raad heeft recent prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de EU (HvJ EU) over de toepassing van de zogenoemde ‘faciliteit’ van artikel 37d Wet OB 1968 bij de verkoop van nieuw ontwikkelde, verhuurde onroerende zaken die uitsluitend voor btw-vrijgestelde doeleinden worden gebruikt. Dit tussenarrest zorgt voor extra onzekerheid in de vastgoedpraktijk, met name over de btw- en overdrachtsbelastinggevolgen bij dergelijke transacties.

Achtergrond

In deze zaak transformeerde een projectontwikkelaar een kantoorgebouw tot 77 woonappartementen, die vervolgens kortstondig werden verhuurd. Binnen enkele maanden na oplevering vond de verkoop van het gebouw in verhuurde staat plaats aan een belegger. De kernvraag: kwalificeert deze overdracht voor de faciliteit van artikel 37d Wet OB 1968, oftewel een ‘overgang van een algemeenheid van goederen’? Dit is relevant omdat bij toepassing van de faciliteit geen btw over de verkoopprijs verschuldigd is.

Prejudiciële vragen aan het HvJ EU

De Hoge Raad heeft het HvJ EU verzocht om de volgende vragen te beantwoorden:

Of de faciliteit van artikel 37d Wet OB 1968 ook geldt voor leveringen van onroerende zaken die uitsluitend voor btw-vrijgestelde activiteiten zijn gebruikt (zoals woningverhuur) en of die levering op grond van de BTW-richtlijn (EU-wetgeving waarop een belastingplichtige eventueel rechtstreeks een beroep kan doen als dit voor hem een gunstigere uitkomst geeft dan de nationale btw-wetgeving) niet al zonder meer vrijgesteld is van btw?

Of het voor toepassing van de faciliteit van artikel 37d Wet OB 1968 voldoende is dat het vastgoed wordt verhuurd en in verhuurde staat wordt geleverd, of dat ook de intentie van de verkoper (bijvoorbeeld verhuren met het oog op verkoop) relevant is.

De antwoorden van het HvJ EU zullen richtinggevend zijn voor deze en vergelijkbare zaken, maar een definitieve nationale uitspraak laat naar verwachting nog jaren op zich wachten.

Gevolgen voor de praktijk

Btw en overdrachtsbelasting:

De huidige onduidelijkheid raakt met name projectontwikkelaars en beleggers. Volgens Europese regels is de levering van een goed vrijgesteld van btw als het uitsluitend is gebruikt voor btw-vrijgestelde activiteiten. De Nederlandse wet beperkt deze vrijstelling tot roerende zaken, waardoor de levering van onroerend goed kort na ingebruikname in principe met btw is belast en de verkrijging is vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Mocht blijken dat Nederland de BTW-richtlijn onjuist heeft geïmplementeerd, dan kan de levering van nieuw vastgoed dat uitsluitend voor btw-vrijgestelde doeleinden wordt gebruikt, zonder btw plaatsvinden. De verkrijging door de koper is dan mogelijk belast met overdrachtsbelasting.

Risico’s en aandachtspunten:

Het tussenarrest leidt tot (nog) meer fiscale onzekerheid, met name bij leveringen van nieuw vastgoed dat voor btw-vrijgestelde prestaties wordt gebruikt.

De samenloopvrijstelling voor overdrachtsbelasting kan mogelijk in gevaar komen als het zo mocht zijn dat Nederland de BTW-richtlijn onjuist zou hebben geïmplementeerd en er door een belanghebbende rechtstreeks een beroep wordt gedaan op de bepalingen uit de BTW-richtlijn.

De vastgoedpraktijk doet er verstandig aan om bij voorgenomen transacties de btw- en overdrachtsbelastinggevolgen zorgvuldig in kaart te brengen en rekening te houden met deze onduidelijkheden en de daarbij behorende scenario’s.

Vooruitzicht

De vastgoedpraktijk wacht al jaren op duidelijkheid over de toepassing van artikel 37d Wet OB bij (kortstondig) verhuurde nieuwbouw. Dit tussenarrest biedt helaas geen antwoorden, maar vooral nieuwe vragen.

Advies

Wij adviseren u om bij aan- of verkoop van verhuurd nieuw vastgoed altijd een grondige analyse te maken van de btw- en overdrachtsbelastinggevolgen, en waar nodig tijdig fiscaal advies in te winnen. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet en houden u op de hoogte van relevante uitspraken en beleidswijzigingen.

Behoefte aan nader advies?

Aarzelt u niet en neem contact met ons op!

Behoefte aan nader advies?

Aarzel niet en neem contact met ons op!

ram@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 84 Ton Oostenrijk

ajo@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 83 De Cuserstraat 93

1081 CN Amsterdam

 

Postbus 75638

1070 AP Amsterdam

T +31 20 573 03 60

 

info@rechtstaete.nl

www.rechtstaete.nl

  Luc van Dijk

lvd@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 97 Léon Borkes

lbo@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 98 Beer van den Broek

bvb@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 66 Natasha Konings

nko@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 68 Dick van der Pal

dvp@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 39 Matthijs Monteban

mmo@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 90 Rick Philips

rph@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 69 Cas Rijkelijkhuizen

cri@rechtstaete.nl

+31 20 573 03 93

   


Gerelateerde inzichten

6 minuten leestijd


03 april 2026

Voorkomen van belastingrente bij aanslagen IB/VPB over het (boek)jaar 2025

Door tijdig in actie te komen kan de verschuldigdheid van belastingrente worden voorkomen.

Bij het opleggen van een aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting kan de Belastingdienst belastingrente in rekening brengen. Belastingrente wordt – kort gezegd – in rekening gebracht indien een te betalen belastingbedrag ‘te laat’ wordt vastgesteld. In deze nieuwsbrief gaan wij in op de stappen die genomen kunnen worden om belastingrente over de te betalen inkomsten- en/of vennootschapsbelasting over het (boek)jaar 2025 te voorkomen. Het belang daarvan is groot, omdat de rentetarieven waarmee de Belastingdienst rekent aanzienlijk zijn.

A. Belastingrente vennootschapsbelasting

Belastingrente kan verschuldigd worden over het bedrag aan te betalen belasting vermeld op aanslagen vennootschapsbelasting over het (boek)jaar 2025, die worden opgelegd na 30 juni 2026. Het rentepercentage bedraagt 5% (2026).

De periode waarover belastingrente in rekening kan worden gebracht, loopt van 1 juli 2026 tot uiterlijk 6 weken na de dagtekening van de opgelegde aanslag.[1]Ingeval van een gebroken boekjaar, loopt de periode waarover de rente wordt berekend van de eerste dag van de zevende maand volgende op het einde van het boekjaar tot uiterlijk 6 weken na de dagtekening van de aanslag.

A1. Voorkomen van te betalen belastingrente vennootschapsbelasting

Belastingrente wordt voorkomen door vóór 1 juni 2026 een aangifte over het (boek)jaar 2025 in te dienen. Als het boekjaar verschilt van het kalenderjaar, moet dit worden gedaan vóórdat 5 maanden na het einde van het gehanteerde boekjaar zijn verstreken. Belastingrente wordt alleen voorkomen als de Belastingdienst niet afwijkt van de ingediende aangifte.Voorbeeld 1[2]De aangifte over het (boek)jaar 2025 wordt vóór 1 juni 2026 gedaan. De (voorlopige) aanslag wordt conform de ingediende aangifte opgelegd.Omdat hier aangifte is gedaan vóór 1 juni 2026 en de gegevens uit de aangifte zonder wijzigingen zijn overgenomen, is er geen belastingrente verschuldigd.Voorbeeld 2 De aangifte over het (boek)jaar 2025 wordt op 23 juni 2026 gedaan. Hierna wordt een (ten opzichte van de aangifte) ongewijzigde aanslag opgelegd met dagtekening 6 augustus 2025.Hier wordt wel belastingrente in rekening gebracht over de periode 1 juli 2026 tot en met 17 september 2026 (6 weken na dagtekening van de aanslag), omdat niet vóór 1 juni 2026 aangifte is gedaan.

Belastingrente kan ook worden voorkomen door vóór 1 mei 2026 een (additionele) voorlopige aanslag over het (boek)jaar 2025 aan te vragen, mits de Belastingdienst de (voorlopige) aanslag niet oplegt tegen een hoger (te betalen) bedrag.Voorbeeld 3 Op 25 april 2026 wordt om een voorlopige aanslag over het (boek)jaar 2026 of een wijziging van een eerder opgelegde voorlopige aanslag over het (boek)jaar 2026 verzocht, waarna een voorlopige aanslag met dagtekening 1 september 2026 wordt ontvangen.Als de gegevens uit het verzoek om een voorlopige aanslag ongewijzigd zijn overgenomen, wordt geen belastingrente verschuldigd, omdat al vóór 1 mei 2026 een verzoek om een voorlopige aanslag is ingediend.

A2. Bezwaar maken tegen belastingrente vennootschapsbelasting

Op 16 januari 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan omtrent de cassatieprocedure over het belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het verhoogde belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting in strijd is met het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel en daarom niet mag worden toegepast.

Dit betekent dat de voorheen gehanteerde rentepercentages buiten beschouwing moet blijven en dat voor de vennootschapsbelasting moet worden aangesloten bij het rentepercentage dat geldt voor de overige belastingen. Voor 2026 bedraagt deze 5%.

Voor de belastingplichtigen die tegen de opgelegde definitieve aanslagen bezwaar hebben ingediend (en waarbij dit bezwaar is aangewezen onder de massaalbezwaarprocedure) is inmiddels ook collectief uitspraak op bezwaar gewezen door de Belastingdienst. Belastingplichtigen ontvangen binnen 6 maanden na de collectieve uitspraak automatisch een vermindering van de belastingrente, waarbij het regulier rentepercentage wordt toegepast.

Voor belastingplichtigen die nog geen bezwaar hebben gemaakt is het raadzaam om de aanslagen en de rentebeschikking te controleren. Indien een onjuist (te hoog) rentepercentage is gehanteerd, kan nog bezwaar worden gemaakt, mits de aanslag open staat voor bezwaar. Daarbij geldt dat het bezwaar binnen 6 weken na dagtekening van de aanslag moet worden ingediend.

Indien belastingrente in rekening wordt gebracht op een voorlopige aanslag staat de route van bezwaar nog niet open aangezien nog geen sprake is van een formele rentebeschikking. Indien gewenst kunt u de Belastingdienst wel verzoeken om de voorlopige aanslag met betrekking tot de rente te herzien. Dit verzoek kan worden ingediend tot uiterlijk zes weken na dagtekening van de definitieve aanslag vennootschapsbelasting over het betreffende jaar.

B. Belastingrente inkomstenbelasting

Indien aangifte inkomstenbelasting over het (boek)jaar 2025 wordt gedaan op of na 1 mei 2026, kan belastingrente in rekening worden gebracht vanaf 1 juli 2026 tot uiterlijk 6 weken na de dagtekening van de opgelegde aanslag.[3]Het percentage van de belastingrente bedraagt 5% (2026).

Gelet op het (relatief hoge) rentepercentage van 5% voor de inkomstenbelasting, bestond de vraag of ook dit percentage mogelijk onverbindend zou worden verklaard. Uit de Hoge Raad uitspraak is echter gebleken dat dit niet het geval is. De bezwaren tegen de belastingrente voor de inkomstenbelasting zijn ongegrond verklaard en de Hoge Raad heeft geoordeeld dat dit rentepercentage niet in strijd is met de algemene rechtsbeginselen.

B1. Voorkomen van te betalen belastingrente inkomstenbelasting

Door vóór 1 mei 2026 aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2025 te doen of vóór die datum te verzoeken om een voorlopige aanslag over het jaar 2025, kan worden voorkomen dat belastingrente verschuldigd wordt, mits de Belastingdienst de uiteindelijke/definitieve aanslag niet tegen een hoger (te betalen) bedrag oplegt.

C. Invorderingsrente Naast belastingrente kan ook invorderingsrente in rekening worden gebracht als de belasting te laat (normaliter vanaf de eerste dag gelegen 6 weken na dagtekening van de aanslag) wordt betaald. Deze rente loopt door tot de dag waarop de belastingschuld wordt voldaan. Het percentage bedraagt 4,3% (2026).

Let op!!

Controleer ruim vóór 1 mei of er een voorlopige aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting is opgelegd naar het (te verwachten) belastbaar inkomen of de winst van uw B.V. over het (boek)jaar 2025. Indien dit niet het geval is – of indien deze aanslag te laag is vastgesteld – wordt belastingrente voorkomen door vóór 1 mei 2026 een voorlopige aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting aan te (laten) vragen. Van belang daarbij is dat het verwachte inkomen en/of winst reëel wordt ingeschat, maar in ieder geval niet te laag om te betalen rente te voorkomen.

Indien u wenst dat wij u bijstaan bij het aanvragen van een (additionele) voorlopige aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting voor het (boek)jaar 2025, ontvangen wij graag uiterlijk medio april a.s. de relevante cijfers.

[1]Bij een navorderingsaanslag volgend op een definitieve aanslag, wordt mogelijk ook belastingrente in rekening gebracht. De renteperiode loopt dan van 1 juli 2026 tot 1 maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

[2]Aangepaste voorbeelden; origineel afkomstig van de website van de Belastingdienst.

[3]Bij een navorderingsaanslag volgend op een definitieve aanslag, wordt mogelijk ook belastingrente in rekening gebracht. De renteperiode loopt dan van 1 juli 2026 tot 1 maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

Lees meer
Belastingrente
Fiscaal
IB
Rechtstaete Vastgoedadvocaten en Belastingadviseurs B.V. KvK: 34154528
De Cuserstraat 93 1081 CN Amsterdam

© 2026 Rechtstaete. All rights reserved.
Website door OGonline.nl