Inzichten
Regeling in de vennootschapsbelasting tegen handel in verliesvennootschappen ook van toepassing op latente verliezen
11 september 2026
4 minuten leestijd
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de verliesverrekeningsbeperking van artikel 20a Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) ook geldt voor latente verliezen die vóór een belangenwijziging zijn ontstaan, maar pas daarna fiscaal worden gerealiseerd.
Het arrest is met name relevant voor vennootschappen met latente verliesposities. Ook indien een verlies pas na een belangenwijziging wordt gerealiseerd, kan verliesverrekening op grond van artikel 20a Wet Vpb worden uitgesloten wanneer het verlies zijn oorsprong vindt in de periode vóór die belangenwijziging.
Achtergrond
Artikel 20a Wet Vpb beperkt de voorwaartse verliesverrekening indien het uiteindelijke belang in een vennootschap in belangrijke mate wijzigt ten opzichte van het oudste jaar waarvan nog een verlies voorwaarts verrekenbaar is. Van een dergelijke belangenwijziging is in ieder geval sprake indien ten minste 30% van het uiteindelijke belang is gewijzigd.
In deze zaak bestond het vermogen van de vennootschap uit verhuurde kantoorpanden en een bedrijfshal. In 2015 wijzigde het uiteindelijke belang in de vennootschap in belangrijke mate terwijl op dat moment een aantal panden een lagere waarde had dan de fiscale boekwaarde. In 2017 droeg de vennootschap een aantal panden over aan dochtervennootschappen, waarbij een fiscaal boekverlies werd gerealiseerd. Ter discussie stond of aftrek van dit verlies moest worden geweigerd, omdat het verlies zijn oorsprong vond in waardedalingen die al vóór de belangenwijziging in 2015 latent aanwezig (werkelijke waarde panden lager dan fiscale boekwaarde) waren.
Oordeel van de Hoge Raad
De Hoge Raad oordeelt dat artikel 20a Wet Vpb niet uitsluitend ziet op verliezen die vóór de belangenwijziging fiscaal zijn gerealiseerd en bij beschikking zijn vastgesteld. Ook verliezen die pas na de belangenwijziging worden gerealiseerd, maar voortvloeien uit feiten en omstandigheden van vóór die wijziging, vallen onder de regeling.
De Hoge Raad merkt daarbij op dat het met het oog op de rechtszekerheid voor de hand had gelegen dat de wetgever regels had gegeven voor de vaststelling en behandeling van latente verliezen op het moment van de belangenwijziging.
Gevolgen voor de praktijk
Het arrest leidt ertoe dat bij een belangenwijziging ook latente verliezen in kaart moeten worden gebracht. Wordt een dergelijk verlies na de belangenwijziging gerealiseerd, dan moet worden beoordeeld in hoeverre dit verlies voortvloeit uit feiten en omstandigheden van vóór die wijziging. Voor zover daarvan sprake is, kan artikel 20a Wet Vpb aan verrekening met latere winsten in de weg staan. Het arrest ziet overigens enkel op verliezen die op het moment van belangenwijziging latent aanwezig waren en die later worden gerealiseerd. Onduidelijk is nog hoe om te gaan met bijvoorbeeld een pand dat op het moment van belangenwijziging een waarde kent van 50 en een fiscale boekwaarde van 60. Wat gebeurt er als dat pand enkele jaren later voor 56 wordt verkocht en een boekverlies van 4 wordt gemaakt? Het boekverlies van 4 zal als gevolg van het arrest niet kunnen worden verrekend. Ten opzichte van de waarde van 50 op het moment van belangenwijziging is het pand echter tot aan de verkoop met 6 in waarde gestegen. Die waardestijging geeft bij verkoop geen aanleiding tot verlies of winst omdat deze wegvalt tegen de fiscale boekwaarde. Dit “vollopen” van de fiscale boekwaarde door waardestijgingen van het desbetreffende pand na de belangenwijziging lijkt mogelijk niet te worden getroffen door het arrest nu het arrest enkel lijkt te zien op latente verliezen die na de belangenwijziging ook daadwerkelijk worden gerealiseerd.
Een ander punt is nog dat de wetgever voor verliezen die verloren gaan door belangenwijziging de mogelijkheid heeft geboden om panden fiscaal te herwaarderen (tot maximaal de werkelijke waarde, dan moeten er natuurlijk wel (overige) panden zijn die een hogere werkelijke waarde hebben dan de fiscale boekwaarde anders valt er niets te herwaarderen)) zodat de verliezen alsnog geheel of gedeeltelijk kunnen worden benut. Voor latente verliezen die als gevolg van de belangenwijziging verloren gaan lijkt zo’n herwaarderingsmogelijkheid niet aanwezig. De fiscale herwaardering van panden om nog enige compensatie voor het verloren gaan van verliezen te krijgen is sinds de invoering van de verliesverrekeningsbeperking, waarbij winsten voorzover zij boven het miljoen uitkomen maar voor de helft mogen worden afgezet tegen verliezen uit het verleden, minder interessant geworden.
Advies
Wij adviseren om bij een (voorgenomen) wijziging van het uiteindelijke belang in een vennootschap tijdig te inventariseren of verrekenbare en latente verliezen (voor herinvesteringsreserves geldt overigens een vergelijkbare regeling) aanwezig zijn en welke gevolgen artikel 20a Wet Vpb heeft voor de toekomstige verliesverrekening. Daarbij verdient het aanbeveling om de fiscale boekwaarden en waarden in het economische verkeer van de bezittingen en schulden van de vennootschap zorgvuldig vast te leggen. Dit is met name relevant bij vennootschappen met vastgoed of andere activa waarvan de fiscale boekwaarde hoger is dan de actuele waarde.
Heeft u vragen over de gevolgen van dit arrest voor een bestaande of voorgenomen transactie? Neem dan gerust contact met ons op.